Het jaar waarin de bocht zich aandient
Stel je voor dat je al maanden op een trein zit die nergens echt heen lijkt te gaan. De ramen besloegen, elke halte werd dezelfde halte. 2026 is het jaar waarin die trein een bocht maakt en je ineens weer een veld ziet liggen, ver, met licht erop. Dat verzin ik niet. Voor Boogschutter is dit een jaar van afstand: soms letterlijke kilometers, maar vooral de afstand tussen wie je het afgelopen jaar was en wie je aan het worden bent.
De eerste maanden blijven nog dicht bij huis. Veel speelt zich binnenshuis af, in familie, in oude verhalen, in de manier waarop je over jezelf praat als er niemand meeluistert. Vanaf eind juni kantelt het. Wat klein en huiselijk leek, krijgt een grotere bühne, en je merkt dat je weer zin hebt om te leren, ergens heen te gaan, een plan op te pakken dat je een paar jaar geleden hebt weggelegd op de plank waar je nooit meer kijkt. Half augustus is een keerpunt: een keuze die je eigenlijk al gemaakt had voelt opeens onomkeerbaar, en dat lucht op in plaats dat het benauwt. Sommige Boogschutters boeken in die weken letterlijk iets ver weg; anderen verzetten alleen een innerlijke grens, en dat telt net zo zwaar.
Het is het soort jaar dat je pas helemaal begrijpt als je in december terugkijkt en ziet dat de losse dingen van het vroege voorjaar en de grote stap van de zomer steeds dezelfde beweging waren, alleen op een andere schaal. Je hoeft het niet te forceren. De richting komt vanzelf zodra je stopt met doen alsof de bocht er niet aankomt.