De ruimte waar het licht nooit komt
Achter in bijna elk huis is er een ruimte waar het licht nooit helemaal komt. Een kelder, een bergkast, de hoek van een zolder. Daar staat het meeste van wat je bewaart, niet omdat je het nog gebruikt, maar omdat weggooien meer van je vraagt dan houden. 2026 is het jaar waarin je daar naar binnen loopt en het raam openzet.
Het grote verhaal speelt zich dit jaar af waar niemand meekijkt. Vanaf eind januari, en sterker nog rond half februari, schuift er iets in het deel van je leven dat je zelden hardop bespreekt: je nachten, je twijfels, de gedachten die pas opkomen als het in huis stil is geworden en je de afwas niet meer als excuus hebt. Voor jou, die houvast zoekt in wat je kunt vastpakken, voelt dat wennen. Je houdt van grond onder je voeten. Dit jaar vraagt om vertrouwen in iets dat je niet kunt aanraken.
Dat is minder zweverig dan het lijkt. Het betekent rust nemen voordat je leeg bent en niet pas erna. Het betekent merken hoeveel er weglekt naar dingen die je uit gewoonte blijft doen.
In het voorjaar verschuift de grond onder wat je bezit; wat je vorig jaar nog zeker wist over geld en wat iets waard is, blijkt minder vast dan gedacht. En vanaf de zomer gaat er thuis juist iets open: meer ruimte, meer mensen, een huis dat ademt. De beweging van het jaar loopt naar binnen, dan onder je voeten, dan terug naar de plek waar je woont.