Van buitenstaander naar binnenkant
2026 begint met een verschuiving die je eerst niet doorhebt. Aan de buitenkant lijkt alles op zijn plek, en toch klopt er iets niet meer met de oude beschrijving van jezelf. Stel je een kamer voor waarin iemand zonder het te zeggen elke week één meubel verzet; je voelt dat je anders loopt voordat je ziet waarom. Dit is het jaar waarin Waterman zichzelf opnieuw uitvindt, niet met een knal maar met een trage, vasthoudende beweging die van januari tot december doorzet en die je pas helemaal begrijpt als je in het donker van december terugkijkt naar wie je in januari was.
Eind februari is er een moment dat werkt als een scharnier. Wat je over jezelf geloofde valt stil weg, of wordt ineens zo zichtbaar dat negeren geen optie meer is. Het is geen crisis. Een deur die je altijd dicht hield blijkt op een kier te staan, en je vraagt je af hoe lang dat al zo is. Daarna kun je niet meer doen alsof je het niet hebt gezien, en dat is, hoe ongemakkelijk ook, precies de bedoeling.
Vanaf eind augustus komt er iets naar jou toe, in plaats van dat jij ergens naartoe rent. Dat is ongemakkelijk voor wie graag de buitenstaander is, degene die het systeem van een afstand bekijkt en er net niet in stapt. Dit jaar word je er zelf in getrokken, en het gekke is dat het je goed doet. De vernieuwing die je normaal voor de wereld bedenkt mag nu een keer over jou gaan. Het collectief kan even wachten. Eerst jij, en dat is voor jouw doen bijna een revolutie.