De nevel wijkt, de grond verschijnt
Stel je voor dat je veertien jaar in een kamer hebt gewoond waar het licht altijd zacht bleef, de randen van de meubels nooit helemaal scherp, en je eigen spiegelbeeld een tikje waziger dan dat van iedereen om je heen. Zo voelde het vorige decennium ongeveer. Veertien jaar is lang. Lang genoeg om te vergeten dat het ooit anders was. In de eerste weken van 2026 gaat er een raam open. Eerst eind januari, dan halverwege februari, trekt de nevel die zo lang om je heen hing weg, en wat overblijft is tegelijk ongemakkelijk en bevrijdend: scherpte.
Precies daar verschuift het hele jaar naartoe. Weg van de eindeloze vraag wie je nu eigenlijk bent, naar een veel concretere kwestie. Wat is van mij. Wat ben ik waard. En waarom heb ik mezelf zo lang zo goedkoop weggegeven. 2026 gaat voor Vissen over waarde. Geld hoort daarbij, dat komt zeker langs, maar het gaat vooral om het gevoel dat je iets bezit wat niemand je kan afnemen, omdat je het zelf hebt gemaakt en zelf hebt benoemd.
Rond eind februari raakt een lang gekoesterde droom aan een harde, echte grens. Een verlangen krijgt gewicht, of een illusie krijgt eindelijk een naam, en dat kan even flink tegenvallen. De grond voelt dan even kil onder je voeten, zoals de plavuizen in een gang waar de verwarming nooit komt. Toch is dit het belangrijkste moment van je jaar. Wat je daarna opbouwt staat steviger dan alles van de afgelopen jaren, want het rust voor het eerst niet op mist maar op grond die je kunt vastpakken. Mensen om je heen merken het ook. Je staat anders in de kamer, minder als water dat zich naar de vorm voegt.